Een ziekteverzuimpercentage is een signaal, geen diagnose. Het laat zien welk deel van de beschikbare dagen door ziekte is verzuimd, maar niet waardoor dat gebeurt of welke maatregel helpt. Vergelijk daarom eerst dezelfde periode, functiegroep en werkcontext; onderzoek daarna wat er achter een verandering in het werk speelt.
Kort antwoord: volgens de meest recente CBS-cijfers bedroeg het ziekteverzuim in Nederland 5,4% in het tweede kwartaal van 2026. Dat is een landelijk gemiddelde. Voor een organisatie of team wordt het cijfer pas bruikbaar als je het naast eigen trends, werkzaamheden, roosters, bezetting en herstelruimte legt.
Wat is het nieuwste ziekteverzuimcijfer in Nederland?
Het CBS rapporteert voor het tweede kwartaal van 2026 een ziekteverzuimpercentage van 5,4% voor particuliere bedrijven en de overheid samen. De cijfers over 2026 zijn voorlopig; het CBS actualiseerde de tabel op 18 augustus 2026.
Een percentage van 5,4% betekent niet dat 5,4% van de medewerkers ziek thuis is. Het betekent dat 5,4% van alle beschikbare werk- of kalenderdagen in die verslagperiode door ziekte is verzuimd. Reken je met 1.000 beschikbare dagen, dan gaat het dus om 54 verzuimde dagen.
Vergelijk kwartaalcijfers niet achteloos met het vorige kwartaal. Ziekteverzuim kent seizoensinvloeden: in de winter ligt het doorgaans hoger dan in de zomer. Vergelijk daarom bij voorkeur het tweede kwartaal met het tweede kwartaal van een ander jaar. Het CBS-dashboard ziekteverzuim hanteert dezelfde vergelijkingslogica.
Waarom verschilt ziekteverzuim per sector?
Een landelijk gemiddelde is nuttig als thermometer, maar het vervangt geen vergelijking tussen vergelijkbare werksituaties. In het tweede kwartaal van 2026 liep het verzuim volgens de CBS-tabel uiteen van 3,1% in de horeca tot 7,6% in gezondheids- en welzijnszorg. Onderwijs kwam uit op 5,8% en openbaar bestuur op 6,3%.
Die verschillen bewijzen niet dat één sector beter of slechter voor medewerkers zorgt. Sectoren verschillen in onder meer:
- type werk en fysieke of emotionele belasting;
- roosters, diensten en mogelijkheden voor herstel;
- leeftijdsopbouw en samenstelling van functiegroepen;
- piekbelasting en voorspelbaarheid van het werk;
- mogelijkheden om taken aan te passen of tijdelijk over te nemen;
- omvang van organisaties en de manier waarop verzuim wordt geregistreerd.
De relevante vraag is dus niet: Waarom zit onze sector boven het landelijk gemiddelde? Vraag liever: Hoe ontwikkelt ons verzuim zich binnen vergelijkbare teams, en welke werkfactoren zien we daarbij terug?
Welke drie verkeerde conclusies lokt een percentage uit?
1. “Het verzuim stijgt, dus de werkdruk is de oorzaak”
Werkdruk kan een relevante factor zijn, maar een percentage bewijst geen oorzaak. Kijk eerst of de verandering samengaat met bijvoorbeeld een andere bezetting, nieuwe roosters, een reorganisatie, een druk seizoen, andere taken of een gewijzigde registratie.
Vul data aan met gesprekken over het werk. Vraag medewerkers en leidinggevenden waar werk vastloopt, welke pieken moeilijk op te vangen zijn en welke terugkerende frictie energie kost. Zo voorkom je dat een aannemelijke verklaring al snel als feit wordt behandeld.
2. “Ons percentage ligt boven het gemiddelde, dus we doen het slecht”
Een vergelijking met Nederland of de eigen sector kan helpen om perspectief te bieden. Zij is geen rapportcijfer. Een team met veel zwaar, onregelmatig of emotioneel belastend werk is niet zonder meer vergelijkbaar met een team met een ander takenpakket, rooster of personeelsopbouw.
Begin daarom met de eigen ontwikkeling: hoe was het verzuim in hetzelfde kwartaal vorig jaar, bij dezelfde functiegroep en onder vergelijkbare omstandigheden? Pas daarna is een externe benchmark zinvol als aanvullende context.
3. “Een daling betekent dat het probleem is opgelost”
Ook een dalend cijfer verdient onderzoek. Misschien is een gerichte verbetering effectief. Maar mogelijk zijn werkzaamheden tijdelijk uitgesteld, is de bezetting veranderd of worden problemen minder snel gemeld. Kijk daarom naast het percentage naar signalen als overwerk, openstaande vacatures, verloop, herstelwerk, werkdruk en de mogelijkheid om verlof op te nemen.
Een lagere score is goed nieuws, maar geen reden om het gesprek over de kwaliteit en houdbaarheid van het werk te stoppen.
Welke vragen stel je voordat je kiest voor verzuimpreventie?
Kies niet meteen een interventie omdat het verzuim stijgt. Stel eerst deze drie vragen:
- Waar zien we de verandering precies? In welke periode, functiegroep, locatie of dienst?
- Wat is er in het werk veranderd? Denk aan planning, prioriteiten, systemen, piekbelasting, bezetting, overdrachten of regelruimte.
- Welke kleine, werkgerichte verbetering kunnen we toetsen? Benoem een eigenaar, een looptijd en een zichtbaar effectsignaal.
Een praktisch voorbeeld: een team meldt niet alleen meer verzuim, maar ook veel onderbrekingen en onduidelijke overdrachten. Dan is een zeswekenexperiment met een vaste overdrachtsstructuur een zinvoller startpunt dan een algemene oproep om beter op gezondheid te letten. Meet daarna zowel het gebruik van de nieuwe afspraak als het effect op zoekwerk, herstelwerk en ervaren duidelijkheid.
Dit sluit aan bij duurzame inzetbaarheid: niet uitsluitend kijken of mensen uitvallen, maar ook of zij het werk met voldoende energie, werkvermogen en ontwikkelruimte kunnen blijven doen. Lees hiervoor onze praktische aanpak met de 3×3-teamkaart voor duurzame inzetbaarheid.
Veelgestelde vragen over ziekteverzuim
Wat is ziekteverzuim?
Ziekteverzuim is de afwezigheid van werknemers door ziekte. Het ziekteverzuimpercentage drukt het totaal aantal ziektedagen uit als deel van alle beschikbare werk- of kalenderdagen in een bepaalde periode.
Wat is het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland?
Volgens de meest recente CBS-gegevens was het ziekteverzuim 5,4% in het tweede kwartaal van 2026. Dit voorlopige landelijke cijfer omvat particuliere bedrijven en de overheid. Gebruik het als context, niet als norm voor elk team of elke organisatie.
Wanneer is ziekteverzuim hoog?
Er is geen universele grens waaronder of waarboven verzuim automatisch goed of slecht is. Beoordeel een cijfer vooral ten opzichte van dezelfde periode in eerdere jaren, vergelijkbare functiegroepen en de concrete werkcontext. Een plotselinge verandering of een hardnekkig patroon is vaak relevanter dan één los percentage.
Hoe interpreteer ik ziekteverzuimcijfers zonder te snel conclusies te trekken?
Vergelijk eerst dezelfde periode, functiegroep en werkcontext. Onderzoek daarna werkfactoren zoals roosters, piekbelasting, bezetting, overdrachten en herstelruimte. Bespreek patronen op teamniveau en kies pas vervolgens een gerichte, toetsbare maatregel.
Is werkdruk altijd de oorzaak van ziekteverzuim?
Nee. Ziekteverzuim kent meerdere oorzaken en een percentage legt geen oorzakelijk verband bloot. Werkdruk kan wel een beïnvloedbare werkfactor zijn. Onderzoek die altijd in samenhang met andere omstandigheden en zonder te speculeren over individuele medische situaties.
Kijk eerst naar het werk achter het cijfer
Het actuele CBS-cijfer geeft een helder vertrekpunt: in het tweede kwartaal van 2026 was 5,4% van de beschikbare dagen verzuimd door ziekte. Maar de waarde voor HR en leidinggevenden begint pas daarna.
Gebruik verzuimcijfers om betere vragen te stellen, niet om snelle verklaringen te bevestigen. Waar verandert het patroon? Welk werk ligt daarachter? En welke kleine verbetering maakt het werk beter uitvoerbaar en beter vol te houden? Zo wordt ziekteverzuim niet alleen een rapportagecijfer, maar een aanleiding om preventief aan goed werk te bouwen.
Bronnen: CBS StatLine, Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken (SBI 2008) en bedrijfsgrootte (geraadpleegd 16 september 2026) en CBS-dashboard ziekteverzuim.